Natuur en Politiek, Vriend of Vijand



Voorwoord

Misschien denkt de oplettende lezer straks iets te herkennen maar ik moet heel stellig zijn, dit verhaal beschrijft een fictie, het is niet en was niet de werkelijkheid.

Ook gelijkenissen met personen, situaties en organisaties zijn beslist toevallig.

Dat wat hierna beschreven is komt nagenoeg uitsluitend voort uit de fantasie van de schrijver.

Bijzonder dankbaar ben ik voor het moment dat Mark Labbeye in mijn leven kwam.

Hij heeft mij veel geleerd over de wijze waarop de natuur wordt beheerd en wat natuur eigenlijk inhoudt.

De schrijver,

Jacques Ruiter

Gras.

Op het grasveld liep een forse man met een grote zonnehoed.

In zijn hand had hij een klein schepje.

Vorsend keek hij rond alsof hij iets zocht.

Nu eens links, dan weer rechts, dan weer een stapje vooruit.

Dat wat hij zocht leek moeilijk te vinden.

Het ging een tijdje zo door en mijn eerdere interesse voor dit fenomeen begon een beetje af te nemen.

Mijn aandacht was getrokken door zijn gedrag en vooral de (journalist eigen) nieuwsgierigheid naar wat hij zou vinden.

Ik wilde net verder gaan met mijn boswandeling toen ik hem vanuit mijn ooghoeken door zijn knieën zag gaan.

Voorzichtig haalde hij wat blaadjes weg, hij leek volledig in trance.

Hij had het kennelijk gevonden!

Mijn nieuwsgierigheid ontvlamde meteen.

Hier moest iets bijzonders aan de hand zijn.

Door mijn boswandelingen was ik enigszins op de hoogte geraakt van de flora en fauna die zich regelmatig voor mijn ogen ontvouwde.

Ik klom over het hek en liep in gestrekte draf in de richting van het unieke schouwspel.

Ver kwam ik echter niet.

Met veel en doordringend geluid maakte hij mij duidelijk dat hij daar niet van gediend was.

Met een schok kwam ik tot stilstand.

Teleurgesteld en verontschuldigend probeerde ik wat medelijden op te wekken en ja, wonderwel genoeg lukte dat ook een beetje.

Een beetje bars kwam hij, voorzichtig lopend en kijkend waar hij zijn voeten zette, naar mij toe.

Met gebogen hoofd, een beetje deemoedig keek ik hem aan, alsof ik me bewust begon te worden van mijn grote misstap.

Hij stond nu vlak bij me en keek me, met een ernstige en beetje dreigende manier, vorsend aan.

Ik vroeg me af wanneer de eerste klap zou komen en hoe ik die af kon weren.

Tegelijkertijd demonstreerde ik mijn berouw over de wandaden die ik begaan had.

Hij kwam een beetje tot rust en begon er geleidelijk wat minder woest uit te zien.

Na een tijdje, dat voor mij eindeloos lang leek te duren, begon hij tegen me te praten.

Inwendig haalde ik diep adem maar liet daarvan niet teveel merken.

Hij ging verder.

Besef je niet dat dit een enorm belangrijk en uniek stuk natuur is waar je naar binnen begon te galopperen, zonder te kijken waar je liep?

Ik heb daar zojuist een fantastische ontdekking gedaan.

Mijn hoofd richtte ik een beetje op en probeerde met een bewonderende blik naar hem op te zien.

Het werkte, hij voelde zich belangrijker worden nu hij mij voorzichtig duidelijk kon maken op welke eminente wijze hij een wereldschokkende ontdekking had gedaan.

Ik keek hem bewonderend aan en mompelde wat over zijn kundigheid.

Hij pakte het verhaal weer op.

Kijk nu eens rond, wat zie je eigenlijk?

Ik haalde, een beetje nonchalant, mijn schouders op.  Gras denk ik.

Ja, voor de meeste mensen is dit gewoon een grasveld.

Maar, als je verder kijkt, zoals ik, dan bestaat het uit méér dan gras, véél meer.

Daartussen vond ik een speciale soort, uniek, zeldzaam, die hier in de wijde omgeving niet voorkomt.

Ademloos en bewonderend keek ik hem aan.

Hij keek mij aan, hield nog even de spanning erin, fluisterde toen haast eerbiedig: het blauwgestreept rooigras!

Het was er uit.

Dankbaar, voor het wonder waarvan hij mij deelgenoot had gemaakt, keek ik hem aan.

Ik zag niet helemaal het verschil tussen het ene en het andere grassprietje maar ik bleef hem met gepaste bewondering aankijken.

Hij liet duidelijk merken dat hij mijn bewonderende blikken waardeerde en ging steeds verder in op de wonderbaarlijke verschillen tussen allerlei, mij volkomen onbekende, grassprieten.

Steeds enthousiaster werd zijn betoog en ik merkte dat hij mij, door mijn ononderbroken aandacht voor zijn onderwerp, een goede en aandachtige luisteraar vond die nog veel van hem kon leren.

Na pakweg een kwartiertje begon ik weer behoefte te krijgen om mijn boswandeling voort te zetten.

Maar hij merkte het op en voordat ik mijn voornemen kon uiten stelde hij voor om even naar het wonderbaarlijke grasje te gaan kijken zodat ik voortaan zou weten waar ik mijn voeten wel en niet mocht neerzetten.

Gedwee volgde ik hem, mijn boswandeling moest nog even wachten.

Voorzichtig gaf ik gehoor aan zijn aanwijzingen over het plaatsen van mijn voeten.

Na een paar minuten bereikten wij de plek waar het unieke grasje zich zou moeten bevinden.

Hij keek even goed rond en ja, daar stond het.

Ik zag niets bijzonders en daarom vroeg ik of we het ook van dichterbij konden bekijken.

Voorzichtig schuifelden wij, centimeter na centimeter, naar de plek die hij aangaf.

Nu op je knieën gaan zitten, ik gehoorzaamde.

Kijk uit met je linkervoet.

Weer zag ik niets maar ik schoof hem een beetje naar rechts.

Toen zag ik zijn dikke wijsvinger voorzichtig naar een paar hele kleine grassprietjes wijzen.

Triomfantelijk en met de verwachting dat ik van verbazing om zou vallen zei hij, bijna net zo eerbiedig als de eerste keer, dit is nu het blauwgestreepte rooigras.

Ik viel inderdaad bijna om van verbazing, werkelijk, ik zag alleen maar gras.

Maar goed, ik gaf hem weer de bewonderende blik en hij was tevreden.

Samen gingen we weer voorzichtig terug naar de weg en ik nam me voor om nooit meer op het gras te gaan lopen met het risico om nogmaals zo’n enthousiastherik tegen te komen.

Bij de weg aangekomen dacht ik mijn boswandeling op te kunnen pakken maar nee, hij was me weer voor.

Kom, we gaan nog even een koffie drinken en daarna ga ik mijn rapport opstellen.

Trouwens, hoe heet je eigenlijk?

Ik? Ik ben Frits van Emmen.

Oh, nooit van gehoord maar ik vond het aangenaam.

Mijn naam is Mark Labbeye, en nu naar de koffie.

Een moment stond ik als aan de grond genageld maar ik herpakte me snel.

Dit was de bekende natuuronderzoeker die wereldwijd groot aanzien genoot!

Ik was perplex en liep bijna ademloos met hem mee.

Intussen begonnen allerlei gedachten in mijn hoofd op te borrelen over de mogelijkheden van een interview in deze roerige tijden.

We waren vlakbij het dorp, Washingtown, en al snel naderden we het café.

Tot mijn verbazing liepen we daar voorbij, linksaf door de Rabbit Lane, dan rechts naar de Cuckoo Lane en vlak na de hoek naar een kapitale villa.

Het hek ging automatisch open en voor ons lag een prachtige oprijlaan, achter ons sloot het hek zich weer bijna geruisloos.

Tweehonderd meter verder was het huis.

Ook de voordeur ging automatisch open en zijn personal assistent, denk ik, stond al klaar.

Maarten, wil je ons koffie brengen, of Frits, heb je liever cappuccino, wij zitten op het terras.

Eigenlijk was ik perplex over wat me overkwam maar ik kon toch duidelijk maken dat ik een uitgesproken voorkeur voor cappuccino had.

Mark keek me even met gefronste wenkbrauwen aan.

Door het prachtige huis, terwijl ik van de schoonheid genoot, liepen we naar het terras.

Toen we goed en wel op de comfortabele stoelen zaten kwam Maarten al aan.

Hij had er voor ieder een lekker hapje aan toegevoegd.

Wat doe je voor de kost?  Mark was behoorlijk direct.

Oh, ik ben journalist en ik werk voor een aantal bladen.

Dan zul je het nu wel druk hebben met al die toestanden over stikstof, pfas, CO2 en meer van dat spul.

Ik zal je wat vertellen.

Ik luisterde met aandacht naar wat Mark naar voren ging brengen en hoopte dat het niet zo uitgebreid zou zijn als de verhandeling over al die grasjes.

Waar jij gewandeld hebt of nog gaat wandelen is een gebied van mij, het is gewoon een uit de hand gelopen hobby.

Vroeger, toen ik nog klein was, begon ik aan een terrarium.

Al gauw had ik te weinig ruimte en teveel planten dus wilde ik een grotere hebben, dat lukte.

Maar ook dat bleek niet voldoende voor mijn passie.

Uiteindelijk, ten einde raad, besloten mijn ouders om de tuin door mij te laten inrichten.

Dat was een prima oplossing waar ik een hele tijd mee zoet was.

Ik studeerde verder, natuurlijk in de richting waarin ik nu mijn beroep heb.

De tuin bleek ook niet geheel mijn maat te zijn dus, na veel aanhouden, overlegde mijn vader met mijn opa over dit enorme probleem, mijn honger naar alsmaar groter.

Ik begon het verhaal steeds boeiender te vinden en was in gedachten al bezig met het schrijven van zijn levensgeschiedenis.

Mijn opa, een wijs man, zag helemaal geen probleem maar meer een uitdaging.

Hij bezat veel grond, als landbouwer kon hij wel een paar hectaren missen en daar kon ik dan mijn lusten botvieren.

Inmiddels was ik al afgestudeerd, cum laude, en kreeg een onderzoek opdracht van een bedrijf.

Beter kon het niet gaan.

Van mijn eerste geld zette ik een klein kasje op opa’s grond en begon daar met mijn onderzoeken.

Dat liep uit op een groot succes.

Na een paar van die opdrachten, ook internationale, ging het mij voor de wind en kon ik alle grond van mijn opa overnemen.

Zorgvuldig ontwierp ik mijn natuurlijke park zoals ik het in mijn hoofd had.

Ik kreeg steeds meer opdrachten en op een gegeven moment had ik een bedrijf met honderd medewerkers.

Ook nam ik steeds meer aangrenzende grond over, waar jij je boswandelingen doet, tot de huidige omvang van ongeveer tien bij tien kilometer.

Meer is er niet te koop.

Met steeds meer bewondering had ik naar zijn verhaal geluisterd.

Ik vroeg hem of er verschil was tussen dat wat hij met het gebied deed en hoe anderen hun gebieden beheerden.

Weinig verschil, je moet weten dat het een kostbare aangelegenheid is.

Als je naar de werkelijke kosten per vierkante kilometer gaat kijken dan schrik je enorm.

Gelukkig wordt dat door de bevolking hoofdelijk, als een soort gemiddelde, betaald.

Als het naar rato zou worden berekend dan zou ik het niet kunnen doen.

De journalist in mij werd steeds alerter maar ik wilde er niet zonder zijn expliciete toestemming over gaan publiceren.

Mag ik hierover schrijven?

Als je dat wilt heb ik geen bezwaar, ik spreek vrijuit maar ik wil het wel eerst lezen.

Inmiddels was de koffie op en besloot ik om mijn boswandeling voort te zetten.

Mark had er alle begrip voor en bovendien moest hij hard aan het werk.

Wel wilde hij meteen weer een afspraak maken.

Dat was het begin van een nieuwe episode in mijn leven, met een nieuwe vriendschap.

Natuur-lijk.

Op de volgende afspraak wilde ik me graag goed voorbereiden.

Nu had ik de mogelijkheid om van een professional te horen hoe hij dacht over alle maatregelen die door regeringen werden genomen.

Natuurlijk begreep ik wel dat iedereen zijn eigen mening vormt, soms zeer tegengesteld, maar ik had het idee dat Mark zijn mening in ieder geval niet door geld liet leiden.

Dus dompelde ik mij onder in allerlei documenten en verklaringen waarbij ik mij niet aan de indruk kon onttrekken dat veel daarvan geschreven was door belanghebbenden.

Die belanghebbenden konden zowel voor- als tegenstanders zijn.

Na een week ploeteren was ik klaar voor de volgende afspraak.

Hallo Mark!

Hoi Frits, je bent precies op tijd voor de koffie … eh … cappuccino.

We volgden dezelfde weg naar het terras en Maarten bracht onze drankjes, weer voorzien van hetzelfde lekkere hapje.

Mark, ik heb de hele week van de vroege morgen tot laat in de avond allerlei verhalen en documenten zitten lezen over de beruchte stoffen, natuurgebieden enzovoort.

Er zijn veel tegenstellingen, vaak beweringen die lijnrecht tegenover elkaar staan en soms zelfs, voor een leek als ik, pertinente onwaarheden.

Wat moet ik daarmee?   Wat kunnen rechters daarmee?

Frits, ik zal je wat vertellen, iets wat misschien wat duidelijkheid schept.

Toen ik het hele gebied bij elkaar had, en alles in de loop van de tijd naar mijn idee had uitgewerkt, hoorde ik toevallig van een vriend dat een grote investeerder interesse had in een bepaald deel ervan ten behoeve van pretpark en vakantiewoningen.

Hij was daarover met de gemeente in overleg om de snelste stappen te kunnen nemen.

Dat was nog niet zo lang geleden dus je kent het gebied zoals het nu is.

Om dit te voorkomen heb ik een aantal stappen genomen.

Als eerste heb ik door een aantal natuurvorsers, waaronder ikzelf, laten onderzoeken welke unieke flora en fauna zich hier ontwikkeld had. Er bleken meerdere bijzonder zeldzame soorten (zoals blauwgestreepte rooigras) in ontwikkeling te zijn.

Daarmee was de stap, om het tot een beschermd natuurgebied te maken, wel veel werk maar vrij eenvoudig.

Bovendien stelde ik het onmiddellijk open voor het publiek.

Daarmee waren de kansen voor de investeerder verkeken.

Maar ik ken ook gebieden die tot natuurgebied zijn verklaard door het aanwezig zijn van een zeldzame paddensoort die de eigenaar er zelf had ingezet.

Waarschijnlijk lagen die er, na kortere of langere tijd, op hun rug met de pootjes omhoog.

En er zullen vast veel meer creatieve mogelijkheden zijn om dit te realiseren.

Ik had ademloos geluisterd.

Het was duidelijk dat belangen een hoofdrol speelden in dit spel.

Zo werd duidelijk dat, als je de spelregels kende, het relatief gemakkelijk was om een zogenaamd natuurgebied te ontwikkelen.

Mark, ik wil je iets vragen.

Wat is, volgens jou, een natuurgebied?

Frits, je komt dicht bij de kern van het vraagstuk.

Mijns inziens is natuur iets dynamisch.

Het heeft te maken met allerlei uitdagingen waarop het dynamisch reageert zoals  vulkaan erupties, aardbevingen, tyfoons, overstromingen, klimaatveranderingen en beslist niet in de laatste plaats: mensen.

Wat wij als mensen doen, en ik ook met mijn zogenaamd natuurgebied, is het zorgvuldig conditioneren van de omgeving en het in stand houden van de bestaande situatie.

Als het dreigt te veranderen door teveel gras dan halen we grazers binnen, als teveel vervelende rupsjes ontstaan spuiten we insecticiden, als de bomen ouder worden hakken we ze om en planten nieuwe, als het zand verdwijnt door grasgroei dan vinden we dat de uitstoot van stikstof moet verminderen.

Dus het aan banden leggen van stikstof, koolzuur enzovoort.

Tegelijkertijd moeten we ons daarbij wel realiseren dat land- en tuinbouwers miljoenen uitgeven aan groeibevorderende middelen zoals bijvoorbeeld kunstmest (stikstof) en CO2 (koolzuur).

Wij creëren uitsluitend onze eigen terrariums, een beetje groot, maar niet meer dan dat.

Met natuur heeft het niets te maken.

Zo zie ik het een beetje.

Overigens wel een leuke hobby, of leuk werk.

Om nog even terug te komen op mijn terrein.

Daar heb ik het unieke blauwgestreepte rooigras gevonden maar zo’n dertig kilometer verderop heeft men het nu ook, in een ander natuurgebied.

De laatste twee jaar groeit en bloeit het zo uitbundig dat men zich ernstige zorgen gaat maken omdat dan andere planten het loodje leggen.

Men denkt dat te kunnen beperken door introductie van het plattraphoentje.

Dit is familie van het waterhoen maar leeft meer op het land en is dol op blauwgestreept rooigras dat daardoor volkomen platgetrapt en vernield wordt, vandaar de naam.

De gebruikelijke grazers zijn hiervoor niet geschikt, zij lopen er het liefst met een grote boog omheen.

Zo zie je hoe wij omgaan met natuurgebieden.  Natuur-lijk of, zoals je het in het Engels zou kunnen zeggen, Nature-like, ofwel net-echt maar niet heus.

De echte koffie en cappuccino waren al lang op en ook het extra hapje was inmiddels verdwenen dus —- tijd voor mijn boswandeling.

Natuur-gebied.

Mark zat in zijn favoriet stoel, de koffie en de cappuccino stonden al klaar en ik vond op de gebruikelijke wijze weer de weg naar het terras.

Hoi Frits, wees welkom.

Vandaag maar geen discussie !  Ik ga je gewoon vertellen wat ik van de natuur vind.

Al duizenden jaren zijn er mensen bezig in het natuurlijke milieu.

Jagen, graven, bouwen, kappen en planten zijn hun favoriete bezigheden.

Maar dat heeft wel invloed, en een steeds grotere, op de resterende natuurlijke habitat.

Wij creëren niet alleen plaats voor wat wij natuur noemen maar verwoesten het met evenveel gemak ook weer.

Om een idee te geven wat ik bedoel zal ik een aantal voorbeelden geven.

Een tijdje geleden, in Nederland, toen het IJsselmeer nog niet bestond, kreeg iemand het idee om een afsluitdijk, De Afsluitdijk, aan te leggen.

De gevolgen voor dat ecosysteem waren rampzalig.

Het zoute water werd geleidelijk aan zoet en het gehele eco-systeem werd daar uitgeroeid.

De natuur is gewend aan dynamiek en besloot deze verwoesting aan te pakken met een nieuwe, frisse eco-aanpak.

Maar dat was nog niet genoeg.

Ons poldermodel besloot om delen daarvan toch een andere bestemming te geven en gaf opdracht om een aantal delen in te polderen.

Weer werd een goed en uitgebalanceerd, door de natuur ontwikkeld, eco-systeem volledig onderuit gehaald.

Maar de natuur, gewend aan dit soort tegenslagen, weet altijd weer een oplossing te vinden en de ontstane gebieden leveren nu een overvloed aan voedsel op.

Sommige delen daarvan, al twee keer volledig onderuit gehaald, pasten niet in het commerciële en economische plaatje.

De oplossing lag voor de hand.

Ze werden uitgeroepen tot natuurgebied.

Maar de natuur moest zich wel aan onze regels houden.

Op bepaalde plaatsen mocht het bos zich ontwikkelen en op andere plaatsen was gepland dat zich daar gras zou bevinden.

Ook de dieren moeten zich aan die regels houden en de populatie wordt daarom strikt in de hand gehouden.

Ja, het kost heel wat moeite, polderen en plannen om een natuurgebied zodanig te ontwikkelen dat het een “echt” natuur-gebied wordt.

Het vreemde is natuurlijk dat de natuur zelf daar geen moeite mee lijkt te hebben terwijl wij ons uit de naad werken en regelen.

Dit soort perverse ontwikkelen waarbij we de natuur volledig en destructief vernietigen doen wij met de regelmaat van de klok.

Inpolderingen en daarna weer ontpolderingen in Zeeland.

Droogleggingen, vroeger, vooral in het westen.

Afsluitingen van zeearmen in Zeeland die ook weer resulteren in een totale vernietiging van het bestaande eco-systeem.

Het aanleggen van de maasvlakte en het daarmee begraven van het hele bestaande eco-systeem.

Het creëren van de zandmotor voor het “op natuurlijke wijze” versterken van de kust.

Daarmee het begraven van de bestaande flora en fauna.

Ja, de natuur heeft het moeilijk in ons land maar niet door het beetje extra voedsel voor plant en dier.

Het gepolder, door ons, vormt een echte bedreiging voor de natuur, maar, wij als mens, hebben nog veel effectievere bedreigingen ter beschikking. Dat de volgende keer.

Echter, wat we ook doen of laten, de natuur is ons altijd de baas. We hebben geen keus.

Er is geen ontkomen aan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *